Het ideaal was een levensblije groei, een harmonische ontplooiing en een innerlijke bewustwording van de leerlingen, in dienst van de samenleving. Van de leerlingen werd verwacht dat zij zich kameraadschappelijk en zonder onderlinge concurrentie de voor de examens vereiste stof eigen maakten. Het lyceum gaf de verplichte vakken ’s morgens en keuzevakken als tekenen, muziek, sport en machineschr...