Net voordat meester Mark en hippe Hugo het land meedeelden dat het slot er weer op ging, bracht ik op de valreep een weekend door in onze hoofdstad. Het ontbreken van laveloos en gras rokend volk uit Liverpool en Bristol zorgde voor een haast serene rust in de normaal stampvolle stad.

Al snel merkte ik op dat ik behoorlijk uit de toon viel met mijn saaie, sterielblauwe mondkap. De Amsterdamse hipster had de inmiddels verplichte mondbedekking alom gedoopt tot modeaccessoire. Ik zag ze in leer, van Gucci, Louis Vuitton en zelfs een gebreide versie. Of het kapje ‘virusdruppeltjes’ zou tegenhouden leek niet de belangrijkste graadmeter. De esthetische kenmerken des te meer. ‘Wie ...